We horen het vaak: “Je moet uit je comfortzone komen.”
Alsof groei begint op het moment dat je jezelf in het diepe gooit.
En veel leiders doen dat.
Ze nemen verantwoordelijkheid, gaan moeilijke gesprekken aan, nemen beslissingen onder druk en blijven doorgaan wanneer het lastig wordt. Vaak lukt dat ook.
Maar de vraag is niet óf je buiten je comfortzone gaat. De vraag is hóé je dat doet. En misschien nog belangrijker: wat het met je doet.
Je kunt jezelf erdoorheen duwen, op wilskracht. Dat brengt je vaak ver. Maar eenzelfde uitdaging vraagt op die manier telkens opnieuw zoveel energie.
Je verlegt misschien je grenzen, maar je comfortzone wordt niet groter. Je wordt vooral voorzichtiger. Ervaart sneller spanning. Twijfelt meer aan jezelf.
“Het zal wel de leeftijd zijn,” denk je dan misschien. Maar misschien is het geen leeftijd. Misschien is het een signaal dat je jarenlang vooral hebt gefunctioneerd door jezelf sterk te maken, zonder aandacht voor wat jij zelf nodig had.
Sterke leiders kunnen zo gewend raken aan dragen en doorgaan.
Alleen vraagt groeien meer dan doorgaan. Het vraagt een veilige bedding waarin je ruimte maakt om opnieuw te voelen wat er in je omgaat en wat je zelf nodig hebt.
Niet om je te beschermen tegen uitdagingen. Wel om ervoor te zorgen dat uitdagingen je niet leegzuigen. En daar zit een belangrijk verschil.
Jezelf sterk maken is niet hetzelfde als je sterk voelen.
Om je écht sterk te voelen, heb je moed nodig. De moed om te blijven bij wat spannend voelt. De moed om je af te vragen wat er nu eigenlijk in je omgaat: onzekerheid, angst, twijfel, de behoefte aan steun of de neiging om alles zelf op te lossen.
En nog eens moed om jezelf te geven wat je op dat moment nodig hebt.
Pas wanneer je ervaart dat je mag twijfelen, dat je niet wordt afgerekend en dat je jezelf niet groter hoeft voor te doen dan je bent, ontstaat er ruimte.
Ruimte om te voelen wat er werkelijk in je leeft. En om te ontdekken wat je nodig hebt.
Wanneer je jezelf dat kunt geven, ontstaat een stevigheid die niet meer afhankelijk is van wilskracht.
Je blijft in contact met jezelf, ook wanneer het spannend wordt.
Niet omdat de uitdaging kleiner wordt. Wel omdat je weet: ik kan dit aan.
En dan gebeurt er iets bijzonders: Je comfortzone wordt groter.
De volgende keer is het misschien nog steeds spannend, maar niet meer op dezelfde manier. Je hebt ervaren dat je het kunt dragen.
Dat is het verschil tussen jezelf door ongemak heen duwen en werkelijk groeien.
Wanneer je jezelf telkens opnieuw forceert, blijft de uitdaging even zwaar. De eerste keer is het oncomfortabel, de volgende keer opnieuw. Je lichaam en je hoofd leren vooral dat dit iets is waar je je doorheen moet slaan. En daardoor ga je er steeds meer tegenop zien.
Op lange termijn kan daardoor de rek eruit gaan.
Niet omdat je minder sterk wordt, maar omdat er steeds minder ruimte overblijft om spanning op te vangen en mee te bewegen.
En precies die ruimte heb je nodig om veerkrachtig te blijven.
Veerkracht betekent niet dat je altijd maar kunt doorgaan.
Veerkracht betekent dat je kunt opvangen wat er op je afkomt, kunt herstellen en opnieuw ruimte kunt vinden om verder te gaan.
Daarom zijn de leiders die het sterkst lijken soms degenen bij wie de bewegingsruimte stilaan kleiner wordt. Ze zijn al zo lang sterk geweest.
En dat heeft niet alleen gevolgen voor de leider zelf.
Een leider die zichzelf durft te laten zien als mens, wordt ook menselijker voor zijn team. De onaantastbare held wordt iemand met wie mensen zich kunnen verbinden.
En net dát geeft ruimte: wie zich kwetsbaar durft tonen, krijgt een team dat hetzelfde durft.
Mensen tonen meer, spreken zich sneller uit en zijn eerder bereid om mee te dragen en te steunen. Want jij vormt de cultuur.
Leiders zullen altijd opnieuw buiten hun comfortzone terechtkomen. Door verandering, moeilijke gesprekken, onzekerheid en verantwoordelijkheid.
Dat kunnen we niet voorkomen.
Wat we wél kunnen, is leren hoe we onszelf daarin blijven dragen.
Niet door harder te worden. Niet door onszelf te forceren.
Maar door te weten wat er in ons gebeurt, wat we nodig hebben en onszelf dat ook te durven geven.
Comfortabel buiten je comfortzone gaan begint niet met de uitdaging aangaan.
Het begint met jezelf niet kwijtraken wanneer de uitdaging zich aandient.
Waarin herken jij jezelf het eerst: in hoe snel je weer volledig aan het werk gaat, of in hoe je jezelf daarbij behandelt?
NOOT:
Organisatiepsychologe Amy Edmondson (Harvard) onderzoekt al decennia wat teams écht sterk maakt. Het zijn niet de teams met de sterkste individuen, maar de teams waarin mensen zich veilig genoeg voelen om fouten toe te geven, vragen te stellen en het oneens te zijn. Psychologische veiligheid heet dat. (The Fearless Organization, 2019)